De verhullende 'ik' | Door Rebecca Nelemans
De verhullende ik
Vrijdag 26 april 2002 - De Bredase Cécile Verwaaijen (Silvolde, 1968) schildert zichzelf, keer op keer. Toch zie je direct dat ze geen zelfportretten schildert. Het gaat haar niet om het zo nauwkeurig mogelijk weergeven van haar eigen gezicht. Het is juist de omweg, de verhulling, die het spannend maakt: "Anders had ik elk jaar kunnen volstaan met één portret: Kijk, dit ben ik!"

Het Noordbrabants Museum in Den Bosch opent vandaag een tentoonstelling met werk van Cécile Verwaaijen. Het is de eerste van tien solotentoonstellingen in de tuingalerij van kunstenaars die nog niet eerder een gedegen museale presentatie op hun naam hebben staan. Jong talent dus, dat tot en met september 2003 een podium aangeboden krijgt. Van Verwaaijen zijn ruim twintig schilderijen te zien uit de periode vanaf 1996.
De tentoonstelling maakt ons deelgenoot van een onderzoek naar het eigen ik van de kunstenaar: "Je bent niet die ene, die vrouw met die naam Cécile, je bent ook die ander". Alleen een zelfportret volstaat niet. Het is juist de omgeving en de kleding die ze nodig heeft om de verschillende kanten van haar eigen persoonlijkheid te verkennen. Slechts twee keer schilderde ze ook een ander. Maar op een of andere manier ligt dat haar niet: "Ik geloof dat ik de ander alleen kan leren kennen door mezelf te onderzoeken."
De angst om dat letterlijk te gaan doen, overwon ze aanvankelijk door de schilderijtjes heel klein te houden. Door de attributen in de geschilderde ruimte (een tafel, stoel, wasbak, gordijn, deur of naaimachine) wordt de aandacht wat afgeleid van Verwaaijen zelf. Toch zijn het juist die attributen waardoor je haar als persoon leert kennen. De kijker wordt een voyeur in het persoonlijke leven van de kunstenaar. Dat gevoel wordt versterkt doordat je juist een blik werpt op het moment dat ze 'zomaar' een handstand of vogelnestje maakt, bellen blaast, een tekst leest, of aan een keukentafel zit te wachten. Elke kijker zal zich onmiddellijk afvragen op wie of wat ze wacht. In de zeldzame werken dat ze een tweede persoon afbeeldt, rijst onmiddellijk de vraag: wat is haar relatie met die persoon? Of erger nog: wie zou het zijn?
Dat is ook een van de redenen waarom ze haast nooit een ander in haar schilderijen toelaat. Het werk wordt daarmee te zeer privé. En hoe gek dat ook mag klinken van een kunstenaar die steeds weer zichzelf schildert, ze wil zich niet blootgeven. Misschien is het wel juist dat dilemma wat haar werk zo spannend maakt: ze onderzoekt zichzelf, maar voelt een enorme schroom dat met de kijker te delen. Niet voor niets is ze een enorm bewonderaar van Frida Kahlo: "Dat lijden, die pathos, zo je gevoelskant durven laten zien."
Lijnrecht daartegenover staat volgens haar Cindy Sherman, die, met haar vermommingen, veel meer de positie van de vrouw in het algemeen onderzoekt. Net als Sherman wil Verwaaijen niet teveel zichzelf blootgeven. Maar in tegenstelling tot Sherman is ze wel steeds zelf het onderwerp. "Everything you see is me", prijkte dan ook op een uitnodiging voor een expositie in 1999.

Vermomming
In het recente werk zien we niet meer de vrouw in haar dagelijkse beslommeringen, maar zoomt ze in. We zien haar vanaf haar middel afgebeeld, zoals in Wit kapje, blauwe jurk, of enkel nog haar hoofd, schouders en borsten. Soms blijft slechts haar gezicht over. Maar opnieuw heeft ze een manier gevonden om het geheim Cécile niet prijs te geven. Ze verkleedt zich met exotische jurken, hult haar hoofd in het witte kant van vitrages, of vermomt zich zoals in bovengenoemd werk door middel van een soort van nonnenkap. Het paradoxale is dat we juist door die vermomming meer te weten komen over de vrouw achter de schilderijen.
Iets wat direct opvalt als je een aantal van haar werken ziet is bijvoorbeeld haar fascinatie voor dessins. Niet vreemd als je weet dat Verwaaijen opgroeide in een stoffenwinkel. De vaak gebloemde dessins schildert ze met een verfijndheid die direct associaties oproept met de Vlaamse Primitieven. Zij deelt hun aandacht voor de textuur, de stofuitdrukking. Bovendien vindt ze het prettig om net als die oude meesters lang over een schilderij te doen: "Door die verf, door het schilderen komt er bezieling in. Dat zie je bij de Vlaamse Primitieven, maar dat zie ik ook in de jurkjes die mijn moeder maakt." De bezieling vind je in het werk van Cécile niet alleen in de enorme aandacht voor de stofuitdrukking, maar vooral ook in haar spel met licht en kleurnuances. Toch ziet ze zichzelf niet echt als schilder, omdat ze het ambachtelijke van het vak op de academie nooit goed heeft geleerd.

Tweeling
Met het werk Twins, uit 2001, onderzoekt ze voor het eerst openlijk het dilemma van het tweeling zijn. Als de ene helft van een tweeling heeft ze nog steeds moeite om haar positie tegenover de ander in te nemen. Ze voelt zich vaak alleen. Het kunstenaarschap verergert dat alleen maar: "Je moet alles zelf doen, alles zelf verzinnen, er is niemand die je er bij kan helpen".
Een gevoel van leegte, van eenzaamheid, kan haar overvallen als ze aan het begin van een dag in haar atelier komt: "Die enorme ruimte, en al die tijd, dat beklemt me soms." In het begin overwon ze de angst voor die enorme leegte door er simpelweg een handstand in te maken. Later schildert ze vooral het wachten.
In het meest recente werk, de zogenaamde 'wurgportretten', lijkt ze de confrontatie aan te gaan. Niet alleen met zichzelf, maar ook met ons, de kijkers. Voor deze schilderijen nam ze foto's van zichzelf, liggend op de grond. Door de zwaartekracht wordt haar gezicht vervormd tot een beklemmend masker. Dat effect versterkt ze door haar gezicht strak te omkaderen met een lap. Haar groene ogen staren ons haast beschuldigend aan.
Zelf vraagt ze zich ook af hoe het nu verder moet, wat ze na die portretten nog moet schilderen. Net als elk ander kunstenaar bevond ze zich natuurlijk al vaker op dat punt. De beste inspiratie vindt ze tot nu toe op reizen door landen als India en Mexico: "Met mijn blanke huid en rode haar kan ik niet verdwijnen. Dan wil ik het liefst weer thuis zijn. En toch voel ik tegelijkertijd dat het iets met me doet, dat het me wel iets over mezelf leert...". Cécile Verwaaijen
- werk is vanaf morgen tot en met 9 juni te zien in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. In de tuingalerij volgen nog presentaties van werk van Koen Delaere, Ingrid Simons, Wiesje Peels, Marjolein Landman, Linda Arts, Ruud van den Broek, Phoebe Maas, Rogier Walrecht en Wycher Noord.
Over het werk
teksten en foto
Home  
De schilderijen  
De tekeningen  
Curriculum vitae  
Over het werk  
Webshop  
Contact opnemen  
Vrienden van Cécile