Uit 'Kamerschatten' | Door Fred Wagemans
Kamerschatten
Twintig jaar geleden verschenen voor het eerst de foto's van Cindy Sherman in het kunstcircuit. Het waren van formaat bescheiden zwart-wit afdrukken, opnames van een jonge vrouw in wisselende aankleding en verschillend van pose. De locaties, meestal interieurs, en de uitdrukkingen van de vrouw hadden alles weg van film-stills. De foto's leken op de verstilde aankondigingen van films zoals je die in vitrines van bioscopen zag. Met één cruciaal verschil: de titel en de namen van de hoofdrolspelers en de regisseur ontbraken. Het karakter van de foto's was hierdoor niet individueel maar generiek, de vrouw en alles om haar heen in de foto refereerden aan een soort van film, niet aan één in het bijzonder. In plaats van iets aan te kondigen leken ze eerder op een nabeeld, op een strak vormgegeven bezinksel uit de collectieve herinnering van onze cultuur. Shermans foto's vatten het cinematografisch vrouwbeeld, zoals dat door een door mannen geleide filmindustrie is geconstrueerd, samen. De vrouw in de foto handelt naar dit beeld, zij doet zich voor in een cultureel bepaalde gedaante waarvan het uiterlijk een gegeven is. Het grote verschil is echter dat Sherman de inhoudelijke regie naar haarzelf heeft getrokken.

De schilderijen van Cécile Verwaaijen hebben het bescheiden formaat van de eerste afdrukken van Sherman. Waar foto's de laatste jaren de neiging hebben om opgeblazen te worden tot het formaat van een schilderij uit de kunstwereld van twintig jaar terug, is dit opmerkelijk.
Haar werkproces van de laatste drie jaar, dat een veertigtal schilderijen heeft opgeleverd, Iaat zich eenvoudig beschrijven. Verwaaijen fotografeert zichzelf om vervolgens van deze foto een schilderij te maken. Zij werkt niet met een al beschikbaar arsenaal van foto's. De noodzaak om een schilderij te maken komt iedere keer opnieuw voort uit de acceptatie van een opname. De criteria die zij hierbij aanhoudt, zijn bepalend voor de inhoudelijke betekenis van het werk. Aan het maken van de opname gaat een tastend onderzoek vooraf. Eerst zijn er synchroon nog niet gedefinieerde noties van een ruimte van voorwerpen in die ruimte, van een houding en van kleding. Dan
is er een actief zoeken naar een punt van samenkomst van die noties. De beslissende keuze is intuïtief. Is die keuze gemaakt, dan zijn enkele opnames voldoende. De opnames worden gemaakt ten dienste van de uitvoering van een schilderij. Vraag is in hoeverre bij deze uitvoering het beeld van de opname zich intensifeert en wellicht nog verzelfstandigt. Die vraag is niet te beantwoorden omdat Verwaaijen de foto's achterhoudt. De werking van een schilderij op het netvlies is in ieder geval krachtiger dan die van een foto zeker bij klein formaat. Het oppervlak van een schilderij heeft reliëf, het is van zichzelf ruimtelijk en reageert op de wisselende lichtomstandigheden. Bij het kijken naar de schilderijen van Verwaaijen doet zich het volgende voor: het oppervlak, zeg maar de verfhuid, van het schilderij vestigt zich in de ruimte waar ook de kijker beweegt. Tegelijk is in de schilderijen de afbeelding van het licht van een andere ruimte aanwezig, namelijk van de ruimte waarin Verwaaijen zich bevond toen zij de opname maakte. Haar schaduw, of reflectie in een spiegel, getuigen hiervan. De gelijktijdige gewaarwording van twee ruimtes levert een principiële afstand op tussen de kijker en de figuur in het schilderij. De twee ruimtes komen niet bij elkaar.

De kunstenaar beweegt zich in een ruimte die mentaal is. Het bestaan van die ruimte wordt overlegd middels het geschilderd oppervlak, middels de materialiteit van de verf op doek. Die is functioneel, niet een doel op zichzelf. Zo staat de schildering ten dienste van de uitvoering van een kunstwerk, van het kunstwerk opgevat als een mentale ruimte. Hiertoe kan de kijker zich verhouden. Met de noodzaak van het bestaan van zo'n ruimte kan hij zich vereenzelvigen. Niet met de geschilderde figuur in het schilderij. In de schilderijen zijn weliswaar voorwerpen en attributen aanwezig, maar deze nemen nooit een vertellend, laat staan auto-biografisch karakter aan. Helemaal leeg van betekenis zijn ze natuurlijk ook niet. Deuren, spiegels, tafels, wasbakken, vensters: het zijn evenzovele topoi (gemeenplaatsen) in de beeldende kunst, van Giotto via Vermeer tot en met Duchamp.
Zo zijn ook de schilderijen van Verwaaijen, net als de foto's van Sherman, meer generiek en minder individueel. Ze duiden een soort van kunst aan, een bewustzijn waar de kunstenaar de regie voert. Hier is geen sprake van half-bewuste mythes, en mystificatie van individuele drijfveren. In alle ingetogenheid is het werk bij uitstek communicatief, juist omdat het afstand creëert. Zo hoort het bij de soort van Bruce Nauman, Sherrie Levine en JCJ van der Heyden, allen kunstenaars die aan ons, de kijkers, een ruimte om te bewegen bieden.
Over het werk
teksten en foto
Home  
De schilderijen  
De tekeningen  
Curriculum vitae  
Over het werk  
Webshop  
Contact opnemen  
Vrienden van Cécile